Preek gehouden op 22 november 2020, PG Grootegast-Sebaldeburen, Johannes 11,21-27

Ds. Rina Mulderij

Gemeente van Jezus Christus,

Die reactie van Marta vind ik hier best vreemd. Als Jezus in Betanië komt, gaan Jezus en zij, als ik het even zo mag noemen, een potje theologisch armworstelen. Marta heeft het over de opstanding in de laatste dagen en zij belijdt haar geloof in Jezus die de opstanding en het leven is. In de gesprekken die ik voer met mensen in de rouw, kom ik niet vaak een belijdenis van geloof tegen. In de eerste dagen, nadat iemand uit de tijd is gekomen, krijg ik met verscheidene houdingen te maken: mensen zitten in de chaos, want er moet van alles geregeld worden en er is dan dat waarom. Waarom juist hij? Er is verdriet, want je mist diegene van wie je houdt. Ook woede kom ik tegen, want het is niet eerlijk dat dit juist haar moest overkomen of wat mij ook te binnen schiet, is de ervaring van een jongen met wie ik in mijn tienerjaren in een supermarkt heb gewerkt, die boos was dat na het overlijden van zijn vader, iedereen met vrome woorden kwam, maar waar ‘men’ niet naar hem luisterde, want hij miste zijn vader. Daarnaast kunnen sommigen haast emotieloos zijn, alsof het niet binnen komt, alsof het te moeilijk is om iets te voelen. Ook het dubbele gevoel van blijheid kan heersen, nu verder lijden iemand bespaard is gebleven, maar je mist hem nu wel…

In dit verhaal uit het evangelie van Johannes gaat Marta met Jezus in gesprek. Het is dan alweer vier dagen geleden dat Lazarus, de broer van Marta en Maria, in het graf is gelegd. In het Joodse denken is de vierde dag de dag na de derde dag en de derde dag is een beslissende dag. In drie dagen wordt beslist of men alle hoop moet laten varen of dat er een doorslaggevende wending zal plaatsvinden. Die is hier uitgebleven. Op die vierde dag wordt de hoop op leven los gelaten: “Lazarus, onze broer, blijft in het graf, totdat het tijd is om uit de dood op te staan.” Daar gelooft Marta in. Op de laatste dag, wanneer God hemel en aarde als nieuw zal maken, zal ook Lazarus weer leven. Dat is niet nu, maar later. Met die gedachte, die overtuiging troost Marta haarzelf. Dat was ook een gebruikelijke uiting van bemoediging in die tijd onder toch wel een groot deel van de Joden, dat de mensen die overleden zijn, op de dag van de Heer zullen opstaan en leven. Dood is niet helemaal dood, maar er is hoop op nieuw leven in Gods licht. Die deur naar hoop gaat niet dicht met het overlijden van iemand die je lief is. Misschien wel even of iets langer op een kier…

Maar Jezus doet die deur verder open. Het is niet later, het is nu. Vandaag mogen Marta en Maria ervaren dat zij ook op de vierde dag hoop mogen hebben. De dag van wanhoop verandert in een dag van hernieuwde hoop op leven. Hier wordt dat leven verbonden met Jezus, die het leven is. Zelfs wanneer iemand sterft, is leven in Jezus mogelijk. Wat eerst onmogelijk leek, maakt Jezus hier mogelijk. Dat is een ervaring die we ook allen na een overlijden van geliefde mogen mee maken. In de periode kort na de dood lijkt die hoop ver van je te zijn. Jouw levenslandschap is overhoop gegooid. Je herkent soms niets meer en een kaart om je verder te helpen, die is er niet. Je dwaalt er wat rond. Zo nu en dan begin je meer en meer te ontdekken en te herkennen: je brengt jouw landschap in kaart. Je weet dat die slechte dagen vol verdriet erbij horen en er zijn dagen van verdriet, want de overledene maakt die nieuwe gebeurtenis niet meer mee. Is er verdriet om goede herinneringen, die jou een lach en een traan geven. Hoe langer je rondloopt, zie je ook dat er liefde is. Liefde die je niet meer aan hem of haar kunt schenken, maar die liefde is niet weg. Ze was nooit weg. Ze is er altijd gebleven.

En daarbij helpt de hoop ons, zoals we in het lied van Liselore Gerritsen kunnen horen:

Geloof, hoop en liefde

En de meeste van deze is de hoop

Je moet het als een goddelijke drukfout lezen Dat de liefde de meeste zou heten.

Geloof, hoop en liefde

En de meeste van deze is de hoop.

Omdat de hoop altijd weer z’n weggetje vindt Naar het punt daar waar de liefde begint.

Geloof, hoop en liefde

En de meeste van deze is de hoop 

’t Is waar hoe je liefde vast te houden Moet je wel geloven, moet je vertrouwen.

Maar ze komt pas dan in je leven

Als je de hoop niet op hebt gegeven En zeg nou zelf dat hoop doet leven Dat is toch niet voor niets geschreven.

Geloof, hoop en liefde

En de meeste van deze is toch de hoop op geloof in de liefde.

Op die hoop wijst Jezus Marta. Om de nieuwe dag weer te zien gloren. Om te blijven ervaren dat diegene een deel van jou zelf is verworden. En dat wij verder leven vanuit de hoop, dat ook wij zullen leven, want in leven en in dood behoren wij Hem toe. Amen.