Preek gehouden op 25 december 2020, Johannes 1,1-14

Door: ds. Rina Mulderij

Gemeente van Jezus Christus,

Als je bij ouders van een pasgeboren kind op bezoek komt, kan het soms gebeuren dat je het geboorteverhaal te horen krijgt. “Ik dacht dat ik gewoon naar de wc moest gaan en toen kwam ze er al aan.” of “Onze eerste twee kreeg ik in de ochtend, maar nummer drie meldde zich in ’t midden van de nacht.” Misschien moet jij nu ook aan jouw eigen geboorteverhaal denken, hoe jullie kind, kinderen ter wereld zijn gekomen. Het kunnen verhalen met verdriet, pijn zijn, maar ook de opluchting en blijdschap, dat het kind er eindelijk is, met hopelijk alles erop en eraan. In de Bijbel staan diverse geboorteverhalen, ook die over Jezus. Bij Matteüs wordt Jezus geboren, nadat Jozef er over nadenkt om de verloving met Maria af te breken en bij Lucas baart Maria Jezus bij de dieren en in diezelfde nacht krijgt ze al kraamvisite van herders op het veld. Marcus begint bij Jezus’ werk onder het volk Israël en dit evangelie kent geen geboorteverhaal: Marcus vindt de komst van Gods Rijk in woord en daad van Jezus belangrijker om te melden. Ook Johannes slaat zijn weg in met het begin van Jezus, maar hij zet niet in op Jezus’ komst op aarde. Johannes opent met Jezus’ oorsprong, die voor alle tijd en ruimte, voor de schepping plaats vindt. Daarnaast is zijn opening van het evangelie een tekst, waar heel veel in staat. Hij wijst alvast vooruit naar wat hij nog meer over Jezus wil zeggen. Het is niet altijd even direct duidelijk, wat Johannes hiermee wil zeggen. Ik noem dit ook wel kauwteksten, die je moet lezen en lezen, herkauwen, 360 graden er om heen lopen en elk vers wil ons iets vertellen over Wie God is. Door zo’n tekst ga je niet snel heen, maar die benader je langzaam.

Johannes reikt in zijn evangelie ook nog eens een nieuw geboorteprogramma aan: hij zet in op ons kindschap. Wij hebben het voorrecht ontvangen om kinderen van God te worden, geboren uit de wil van God. Dit thema van nieuwe schepping, opnieuw geboren worden, stipt Johannes twee hoofdstukken later aan in het gesprek met Nikodemus, die het niet in één keer vat. Maar ja… wie van ons wel? Ik besef dat je daar tijd voor nodig hebt en deze tekst vraagt niet dat je er door heen racet; het vraagt eerder om vertraging. En daar hebben we dit jaar ook de tijd voor gekregen, dat we wat meer uit het haasten komen en zo aan het einde van 2020 mogen we rustig bij deze tekst stil staan, misschien wel mediterend, in gebed tot God brengen, wat Hij tot ons wil zeggen.

De komst van Jezus in ons leven werkt door, ook vandaag. Elk van ons reageert op Hem, het vleesgeworden Woord: we accepteren Jezus of wij wijzen Hem af en wij willen Hem niet kennen. En er is geen grijs gebied: het is ja of nee. Het is licht of donker. Johannes zet in op het kindschap van boven. Dit kindschap is anders dan wat wij zelf kennen. In vers 13 vertelt Johannes over de natuurlijke manier van geboren worden en hij plaatst dit tegenover uit God geboren worden. Johannes de evangelist verbreedt en doorbreekt het verbondsdenken, dat de nadruk legt op een kind dat geboren wordt uit een moeder, door middel van gemeenschap tussen man en vrouw is ontstaan, die uit seksueel verlangen tot stand is gekomen. Ik weet dat ik hier nu voorzichtig moet spreken, want Johannes’ evangelie is in de kern niet anti-Joods, maar in de loop van de geschiedenis is dit wel zo opgevat. Ik zie in dit evangelie breukvlakken, die erop wijzen dat Joden die in Jezus de Messias geloven zoals dat in de gemeenschappen van Johannes de evangelist werd gedaan, dat zij door andersdenkenden uit de synagoge zijn gegooid. Deze andersdenkenden werden als ‘de Joden’ neergezet, terwijl dit een specifieke groep moet zijn geweest binnen het Jodendom, te midden van alle andere joodse groeperingen, elk met hun opvattingen.

Johannes de evangelist gebruikt het scheppingsverhaal uit Genesis 1 (verzen 1-5), vooral het deel over de schepping van het licht en een deel van de verbondsverhalen uit Exodus om duidelijk te maken wie Jezus is, namelijk: hij is de glorie van God, die vol goedheid en waarheid is (Exodus 34,6: Een God die … trouw en waarachtig). Ook in de verhalen van Genesis en Exodus speelt het een rol dat er kinderen komen, die de familielijn verder zetten, zoals met Isaak, die de beloofde zoon van Abraham is of Mozes, die als middelaar voor het volk Israël bij God optreedt. Met zulke verhalen zitten wij niet eens zo ver af van de hoop op de komst van de Messias in het Jodendom of van de hoop op de terugkomst van Jezus in het christendom. Johannes legt hier uit, stap voor stap vertellend, dat Jezus Christus die ene zoon is, die al in het begin er was, die is en die er zijn zal en dat Zijn naam voor bevrijding zal zorgen, dat het donker geen grip meer op ons zal hebben. Johannes spreekt hier over hemelse geboorte die op geloof in Jezus Christus geënt is. Dit overstijgt het biologische en tegelijkertijd vormt dit het breekpunt met een deel van de Joden in die tijd.

Ik geloof ook dat dit breekpunt universeler van aard is, want hoe zit het met ons eigen ja op Jezus? Worden ook wij opnieuw geboren als kinderen van God, als onderdeel van Gods nieuwe schepping? Ervaren wij dat in ons leven? Dat gevoel, die ervaring wil Johannes benaderen in deze openingstekst van zijn Goede boodschap van Jezus. Hij is gekomen als licht in duisternis voor alle mensen, opdat niemand meer in het donker hoeft te zitten. Wat wij ook hebben meegemaakt in ons leven, aan pijn, verdriet, moeilijkheden – we hoeven niet vast te blijven zitten in wat er niet goed is gegaan. Onze geboortepijn naar een nieuw bestaan in Jezus’ naam komen wij te boven met vreugde, omdat het de wil van God is, dat wij Zijn kinderen zijn. We worden niet veroordeeld tot een leven in lijden, maar God verlost ons hieruit door zijn Zoon, als we bereid zijn om Zijn weg in te slaan. Johannes legt in zijn evangelie de basis om dit kindschap te aanvaarden, om onze roeping serieus te nemen. Daarin hoeven wij ons niet klem te zetten dat we regels van dit kindschap pietje precies volgen of dat wij het moeten verdienen alsof we het anders niet waard zijn. Wij zijn in Jezus waardig om kinderen van God te zijn. Bobby Schuller van the Crystal Cathedral in de VS verwoordt het als volgt:

Ik ben niet wat ik doe.
Ik ben niet wat ik heb.
Ik ben niet wat mensen over me zeggen.
Ik ben Gods geliefde kind.
Dat is wie ik ben.
Niemand kan dat van me afnemen.
Ik hoef me geen zorgen te maken.
Ik hoef me niet te haasten.
Ik kan Jezus vertrouwen
en Zijn liefde met de wereld delen.

Op deze geboorte van een geliefd kind van God wijst Johannes ons, opdat wij zullen delen in de vreugde, die uiteindelijk groter zal zijn dan hoe deze wereld Kerst los van Christus viert. Het zal geen gemakkelijke weg zijn, maar wij mogen de Goede Boodschap doorleven in deze weerbarstige wereld. God zingt ons niet los van deze aarde, maar Hij stelt ons in het grootse licht van zijn Zoon, die op aarde is gekomen en hij zal komen, voor ons allemaal. Amen.