Preek gehouden op 10 januari 2021, Handelingen 19, 1-7

Ds. Rina Mulderij

Gemeente van Jezus Christus,

In geloven hebben we elkaar nodig. Om van elkaar te horen: waar geloof jij in? Om in gesprek te blijven over wie Jezus voor jou en voor mij is. Ik zeg hier bewust geen discussie, want dat breekt af en zorgt ervoor dat wegen uiteen gaan, terwijl dat niet altijd hoeft. Ik geef kleur aan wie Jezus is en dat geldt ook voor jou. Soms hoor je iemand iets over Jezus vertellen, dat je denkt: “zo had ik er nog nooit tegen aan gekeken. Dat opent een nieuwe dimensie voor mij.” Soms kun je ook merken dat er nog iets mist bij de ander. Daar hoef je niet gelijk bovenop te zitten, maar het is een kunst om iemand naar het missende puzzelstukje toe te leiden. Over die kunst vertelt Lucas hier hoe Paulus het aanpakt bij een groep van twaalf leerlingen. Hoe het gesprek tussen hen precies verloopt, dat worden we niet gewaar, maar op een gegeven moment begint bij Paulus er iets te dagen en hij vraagt door. Zo komt hij er achter wat er in hun manier van geloven mist.

Het is een gesprek in alle openheid. Ze houden niets voor elkaar achter of ze volgen een eigen agenda. Ze maken oprecht contact met elkaar. Ik zie dat hier gelijkwaardigheid tussen Paulus en de twaalf bestaat. Er is ruimte om van elkaar te leren, om iets aan te nemen. Om een volgende stap te zetten. Daartoe kan dit gesprek ons tot voorbeeld dienen, ook vandaag. Paulus ontdekt bij deze twaalf mannen een gretigheid om te geloven. Ze verlangen naar het Koninkrijk van God, dat Johannes de Doper ook heeft verkondigd. Dit begin is er. Zo’n dikke twintig jaar na Johannes’ verkondings- en doopwerk bij de Jordaan is dit verlangen niet gedoofd (Wat de tijd betreft, bevinden we ons nu in de derde zendingsreis van Paulus: deze vond plaats van 53 tot en met 58 na Christus): het is nog springlevend. In deze hoofdstukken merken we dat het gedachtegoed van Johannes de Doper zich verspreid heeft vanaf de Jordaan richting de stad Efeze, in Asia Minor, dat nu in het huidige westen van Turkije ligt. In deze vierde grootste stad in het Romeinse Rijk staat een synagoge, waar Joden samen komen. Daar zullen zij ook over de dag van de Heer en de komst van Zijn koningschap op aarde gesproken hebben – hierover heeft Johannes de Doper ook verkondigd als roepende in de woestijn.

Deze twaalf leerlingen hebben zich zo aangesproken gevoeld tot zijn boodschap, dat zij de doop van Johannes zijn ondergaan. Deze doop representeerde de hoop op toekomst met God, waar Johannes de voorbereider van is geweest. Zijn doop kwam tot stand op belijdenis van zonden en vanuit omkering naar God. De doop in water diende als een ritueel om die verzoening tot stand te brengen, als een begin van nieuw leven in verwachting op de komst van degene die na Johannes zou komen. Hierover vertelt Johannes (Matteüs 3,11; Lucas 3,16 en Marcus 1,8) en hij zegt zelf dat hij doopt met water, maar wie na hém komt, doopt met vuur en Geest. Een doop die op vervulling van die nieuwe tijd van en met God wijst.

Paulus heeft door dat dit stuk mist bij deze twaalf en hij vraagt door over de heilige Geest: “Hebben jullie die ontvangen?” “Nee, we weten niet eens van het bestaan ervan af.” En daar haakt Paulus op in. Hij raakt iets in deze twaalf aan, dat zij naar Jezus gaan verlangen. Zo zeer dat zij gedoopt willen worden in de naam van die Jezus. Vormde Johannes’ doop de voorbereiding, zo dient de doop in Jezus’ naam hen als vervulling en startpunt om vanuit de Geest te leven. De Geestesgaven worden zichtbaar in hen in klanktaal en profetie – je kunt deze tekst als een soort Pinksteren in het klein zien. De Geest opent in hen lof en toekomst in God: deze twaalf hebben over de grootse daden van God gesproken, die Hij vanaf de schepping begonnen is.

Ik hoor wel eens in mijn werk dat mensen zeggen dat ze wel geloven op hun manier: “ik heb de kerk niet nodig.” Ik snap het ergens wel, want dé kerk, dat is zo’n groot iets, dat kan wat weerstand oproepen. Maar ik denk dat we op deze manier voorbij gaan aan wat ook nodig is. Ik representeer een deel van geloven in Jezus, maar ik ben niet voldoende in mijzelf. Denken dat ik niets of niemand meer nodig heb, is een illusie en dat kan ook iets duivels hebben – ik ben even hier heel scherp, want denken dat je een ander niet nodig hebt, is een gedachte die jou opsluit en die jou apart zet van de ander. Je kunt dan gaan denken: “ík ben in mijn geloof genoeg. Heb ik niemand bij nodig.” Je kunt dan vast zitten in jouw echokamer: je hoort wat in jouw straatje past, maar je weet niet wat je mist. Dat er nog een hele wereld in Jezus Christus te winnen is, als je ook naar het getuigenis van een ander luistert.

Geloven in Jezus is niet één kleur, maar het is een hele regenboog rijk. Het vraagt om transformatie om te zien, dat de ander in Jezus ook jouw geloof kleurt. Geloven in Jezus sluit ons niet op in het eigen gelijk of dat er maar één waarheid is, de mijne, en die moet jij ook aannemen. Elk van ons is dienend om wat er in mijn, jouw geloof mist, om dat te laten spreken, want uiteindelijk vullen wij in Christus elkaar aan en is er gemeenschap in Jezus’ naam om te leren dat we elk onderweg zijn naar het Rijk dat komt. Voor deze wijze van geloven mogen wij ons openstellen, dat de ander kan aanvullen wat wij missen in ons geloof. Paulus zegt het ook in 1 Korinte 13 (vers 12): “nu is mijn kennen nog beperkt.” We zijn er nog niet. We mogen ons inzetten voor Jezus, wat wij wel van hem kennen. In de materiële hulp voor de behoeftige; voor wie een luisterend oor nodig heeft; voor wie de ander een nieuw perspectief kan aanbieden; wie het nodig heeft om te volharden in een moeilijke tijd. Wij mogen samen geloven, dat we dat ontbrekende puzzelstukje in Christus mogen zijn en dat mogen we bij de ander ook ontdekken, dat wij aan elkaar gegeven zijn. Zo waait de Geest in ons en over deze wereld. Ontvang vandaag de Geest, die ons op de weg van Jezus leidt. Die ons leven zo omvormt, dat wij het waard zijn om Gods kinderen te zijn. Amen.