Zonnekerk- verhaal van Jezus

Het verhaal van de twaalfjarige Jezus in de tempel.

Jezus woont met zijn vader en moeder in Nazareth. Zijn vader is timmerman. Jezus is al een grote jongen. Hij is verstandig en God houdt van hem.

Elk jaar gaan zijn vader en moeder naar Jeruzalem. Zij vieren daar het paasfeest en deze keer mag Jezus mee, want hij is twaalf jaar.
Het is echt feest in Jeruzalem, de mensen zijn blij.
Ze denken er aan terug hoe God zijn volk Israël eens bevrijdde uit Egypte.
Daar waren ze slaven geweest, maar God had hen gered.
Ze mochten van Hem gaan wonen in een nieuw land, Israël.

In de tempel danken de mensen God hiervoor en brengen ze hem offers.
Het paasfeest duurt wel een hele week!

Het feest is weer voorbij.
Jozef en Maria gaan weer terug naar huis. Jezus blijft achter in Jeruzalem.
Maar zijn vader en moeder weten dit niet, zij denken: ”hij loopt wel met de anderen mee terug.”

’s Avonds gaan ze Jezus zoeken bij familie en vrienden, maar ze kunnen hem nergens vinden.
Ze worden ongerust en gaan helemaal terug naar Jeruzalem.
Daar zit Jezus bij de leraars in de tempel.
Hij luistert en hij stelt vragen. Hij wil praten over God en over wat er in de heilige boeken staat.
De mensen weten niet wat ze horen. Ze zijn stomverbaasd.
Want begrijpt Jezus veel.

Eindelijk, na drie dagen, vinden Jozef en Maria hem.
“Maar kind”, zegt Maria, “wat heb je ons nu toch aangedaan? Je vader en ik hebben je overal lopen zoeken. We waren zo ongerust.”
“Waarom?” zegt Jezus, “jullie weten toch dat ik moet zijn waar mijn Vader is.”
Maar zij begrijpen niet wat hij zegt.

Jezus gaat mee terug naar huis.
Maria blijft nadenken over alles wat hij gezegd heeft.

Jezus wordt ouder en wijzer. En God en de mensen houden steeds meer van hem.

Zo komen we steeds meer te weten van Gods bedoelingen met Zijn zoon Jezus.
Volgende maand gaan we het hebben over Jezus en zijn leerlingen.