Zonnekerk April

Lieve Zonnekerkers, Shalom en kinderen,

Op dit moment leven we in de 40 dagen-tijd. Dat is de tijd vóórdat het Pasen is. We mogen vieren dat Jezus is opgestaan uit de dood.

Vroeger heette deze tijd de “Lijdenstijd”. Dat maakt duidelijk dat Jezus eerst een lijdensweg zal moeten meemaken en er heel moeilijke tijden voor hem en zijn leerlingen zullen komen.

Vorige maand eindigden we ons verhaal met de woorden van Jezus: “Blijf hier wachten op mij, ik ga daar verderop bidden.”
Jezus gaat alleen verder, de tuin in. Hij knielt op de grond en hij bidt tot God.
“Mijn vader, help me, laat me geen pijn lijden. Laat me niet doodgaan.
Maar als u het toch wilt, moet het gebeuren.”

Daar komt Judas aan met een troep soldaten.
De hogepriesters en bijbelgeleerden hebben ze gestuurd.
Ze hebben fakkels bij zich en dragen zwaarden en stokken.
Judas wijst Jezus aan en de soldaten nemen hem gevangen.

Ze brengen Jezus naar het huis van de hogepriester. Die vraagt aan hem:
“Bent u de Messias, de Zoon van God?”
“Ja dat ben ik.”
De hogepriester en de andere rechters zeggen: “Hoor je dat? Hij beledigt God, hij verdient de doodstraf.”

Dan brengen ze Jezus naar het paleis van Pilatus, de Romeinse stadhouder.
De soldaten verkleden Jezus voor de grap als koning. Ze doen hem een rode mantel aan en zetten een kroon van doorntakken op zijn hoofd.
Ze lachen hem uit.
Pilatus zegt: ”Kijk eens hoe hij er nu uit ziet, die koning van jullie!”
De mensen roepen: “Hij moet gekruisigd worden.”
Dan zegt Pilatus tegen zijn soldaten: “Kruisig hem maar.”

De soldaten brengen Jezus weg. Ze gaan de stad uit naar de heuvel van Golgotha.
Hij moet zelf zijn kruis dragen.
Als ze er zijn, kruisigen ze Jezus.

Maria, zijn moeder, en Johannes, een van zijn leerlingen, staan erbij.
Jezus zegt tegen Maria: “Johannes is voortaan uw zoon.”
En tegen Johannes zegt hij: “Maria is voortaan je moeder.”

Dan zegt Jezus: “Ik heb gedaan wat God van me vroeg.”
Hij buigt zijn hoofd en sterft.

De vrienden van Jezus halen zijn lichaam van het kruis af en ze doen linnen doeken om hem heen. Zo hoorde dat als iemand werd begraven.
Dan brengen ze hem naar een graf daar vlak in de buurt. Het is een nieuwe grafkamer pas uitgehakt in een rots.

Zijn vrienden leggen Jezus daarin. Ze rollen een zware ronde steen voor de ingang van de grafkamer.
Ze gaan bedroefd naar huis. Het is sabbat geworden, joden mogen dan niet werken.
Daarom verzorgen ze het lichaam van Jezus nu niet verder.

Dan is de sabbat voorbij. Vroeg in de morgen gaan een paar vrouwen naar het graf.
Ze willen het lichaam van Jezus verzorgen met zalf en olie.
Maar de grafkamer staat open: Jezus is er niet!
Wel zit er een jongeman, helemaal in het wit, en hij zegt tegen de vrouwen:
“Jezus is opgestaan uit de dood. HIJ LEEFT. Zeg dat maar tegen de leerlingen.”

Diezelfde dag zijn er twee leerlingen van Jezus op weg naar Emmaüs. Dat is een dorp dicht bij Jeruzalem.
Ze vinden het heel erg dat Jezus dood is en ze praten er de hele tijd over.
Dan komt iemand bij hen lopen. Dat is Jezus.
Maar ze zien niet dat hij het is.

Hij vraagt waar ze met elkaar over praten. Ze zeggen tegen hem:
 “Wij praten over Jezus. Wij hoopten dat hij ons volk Israël zou bevrijden. Maar de leiders van het volk hebben hem gekruisigd. Nu is hij dood.
Een paar vrouwen zeggen dat hij leeft. Zij zijn bij het graf geweest, maar daar was hij niet meer.”
Jezus zegt tegen hen: “Alles wat er met hem is gebeurd, staat al in de bijbel. God wilde dat dit allemaal zo gebeurde. Geloven jullie dat dan niet? “

Ze komen aan in Emmaüs. De mannen vragen aan Jezus: “Blijf toch bij ons eten het wordt al donker.”
Jezus gaat met ze mee naar binnen. Ze gaan aan tafel. Jezus dankt voor het eten.
Hij neemt het brood en breekt het in stukjes en geeft het aan de mannen.
Opeens zien ze dat het Jezus is.

Maar dan ineens is hij weg. De mannen zeggen tegen elkaar: “Wat heeft hij ons de bijbel goed uitgelegd.” Ze gaan meteen terug naar Jeruzalem.
Daar vertellen ze het grote nieuws aan de anderen:

“DE HEER IS ECHT UIT DE DOOD OPGESTAAN.”

Opeens staat Jezus tussen zijn leerlingen. Ze schrikken heel erg.
Maar Jezus zegt: “Ik ben het. Mij hebben ze gekruisigd. Kijk maar goed. In de bijbel staat toch geschreven: De Messias moet pijn lijden en sterven. Maar op de derde dag zal hij uit de dood opstaan.”

Nu zijn ze allemaal blij. Ze weten het zeker:   JEZUS LEEFT !!!

Het was een lang verhaal waarin heel veel gebeurde over verdriet, twijfel en pijn.
Maar wat geweldig dat het goed is afgelopen. We mogen nu weten dat Jezus voor ons is gestorven en ook weer is opgestaan.
En zo mogen we met een blij gevoel de Paasdagen vieren met elkaar.

Het hele team van de Zonnekerk wenst jullie mooie en gezegende Paasdagen toe.

Blijf naar elkaar omzien, zodat we elkaar liefdevol kunnen helpen en steunen waar het nodig is.