Preek, Palmpasen 28 maart 2021, Marcus 11: 1 – 11, bij de doop van Hugo

Door ds. Rina Mulderij

Gemeente van Jezus Christus,

De euforie van de uitslag van de verkiezingen van anderhalve week geleden ebt wat weg. Er moet weer een nieuw kabinet gevormd worden. Welke poppetjes komen op een zetel in de Tweede Kamer terecht. Het gejuich is verstomd. De spanning is uit de ballon gelopen. Het is de orde van de dag of de waan van de dag, dat de klok slaat of het gedoe, waar we de afgelopen week mee werden geconfronteerd, toen bleek dat vertrouwelijke stukken op straat kwamen te liggen. We zullen allen die mochten stemmen, onze stem op een partij van een andere kleur hebben uitgebracht. Je burgerplicht noemen sommigen dat. Anderen zien er een feest van de democratie in. Zoals het mij trof dat nieuwe Nederlanders zich heel bewust zijn van hun verantwoordelijkheid om te gaan stemmen en sommigen – ik schaam mij haast als ik het zeg – sommigen hadden zich verdiept in de partijprogramma’s: ze hadden meer werk gestoken in hun besluit om een partij te kiezen dan ik met twee kieswijzers en globaal even de website doorgenomen. Uiteraard heb ik ook even naar De Feestpartij van Johan Vlemmix gekeken, want stond die ook op de kieslijst. Soms krijg ik dan het gevoel dat de politiek niet serieus wordt genomen, maar te serieus is ook niet goed. Ook de humor in de Kamer houden is goed. Net als in de kerk, want wie slechts geloof heeft, loopt gevaar om een kwezel te worden en wie slechts humor heeft, dreigt cynisch te worden. Beide, geloof en humor, vormen een evenwicht om rechtop in het leven te blijven staan (PKN Kalender Deel je leven. Inspiratie voor elke dag: 19 februari).

In dit verhaal van de intocht van Jezus in Jeruzalem komt ook politiek voor, maar niet iedereen pikt dit zo op. Niet iedereen deelt in het feestelijk onthaal. Marcus vertelt zijn verhaal, waarbij hij de Romeinse overheersers niet tegen de haren in wil strijken, maar als je verhaal leest, dan zie ik geen ingrijpen van de Romeinen. De soldaten zien een man op een ezel, die feestelijk Jeruzalem binnen wordt gehaald met kleden en takken, maar wat die Joden daar zingen, dat weten ze niet. Vormt dit geen gevaar? Nee, gewoon een verzetje van dat groepje Joden.

Ook onder de Joden zien we verschillende reacties. Twee leerlingen halen met een wachtwoord “De Heer heeft het nodig” het nog onbereden dier op. Zouden de dorpelingen in de nabijheid van Jeruzalem het hebben geweten, dat Jezus dit ezeltje zou gebruiken bij een soort revolte, in een spel van profeten, dat de Koning van Israël zou komen binnen de stadsmuren van Jeruzalem, dat hij als een dienaar van het volk er binnen rijdt. Helemaal zeker weten doen we het niet, maar het zit wat in tussen afgesproken werk en Jezus’ voorzienigheid, dat Jezus wist dat het messiaans verlangen van de inwoners er was. Dat zien we ook terug in de kleden die mensen op de weg leggen, als een soort rode loper voor Jezus zoals ze eens bij koning Jehu (2 Koningen 9,13) hebben gedaan en de takken met bladeren, waarmee ze staan te zwaaien. Het verlangen naar een Messias, een gezalfde van God, die de vijanden van Israël uit Palestina zou gooien, is ook aanwezig in het Hosannalied, dat de menigte op Psalm 118 heeft aangepast. Hosanna – kom ons bevrijden. Maar in Psalm 118 wordt er geen woord gerept over het komende koninkrijk van onze vader David… Weliswaar zingen pelgrims tijdens de feesten onder andere dit lied, wanneer zij Jeruzalem, de tempel binnen gaan, maar in dit lied schuilt ook politiek, dat als olie op het vuur kan werken. En dan de reactie wanneer Jezus in de tempel komt. Daar is geen ontvangstcomité, die Jezus onthaalt. Het lijkt wel of niemand hem verwacht heeft. Ook het feestgedruis verstomt. Jezus inspecteert de tempel en gaat weer terug naar Betanië. Het voelt voor mij alsof het als een nachtkaars uitgaat.

De hoop op bevrijding komt sterk naar voren in deze tekst en het krijgt een sterk politieke kleur vanwege de menigte. Daar zit zeer waarschijnlijk wel een kern van waarheid in. Dat Jezus voor het volk Israël zocht naar een leven bevrijd van het juk van de Romeinen. Die overheersing drukte op Palestina. Je ziet ook het verschil tussen het platteland van Galilea, waar Jezus vandaan komt en de stad Jeruzalem, die met het Sanhedrin, de Joodse raad, heel voorzichtig keek naar: wat kunnen we wel of niet doen; hoe bewegen wij de Romeinen zo dat de tempeldienst met haar feesten kan doorgaan? Tussen die werelden was er een enorme interactie. De éne groep onderhield een guerrillatactiek tegen de Romeinen en zelfs tegen Joden die volgens hen heulden met de vijanden. Een andere groep zocht naar samenwerking en weer een andere onttrok zich door apart te gaan leven zoals in de gemeenschap van de Essenen. Elk zag een nieuw koninkrijk onder leiding van een zoon van koning David voor zich, als iemand met politieke macht bekleed, die de heidenen er uit zou trappen, zodat Palestina weer door het volk Israël bewoond zou worden. Maar uiteindelijk zien we in Jezus’ komst ook iets naar voren komen dat dit politieke ontstijgt.

Jezus’ weg van bevrijding gaat boven het aards politieke uit, doordat hij over het Koninkrijk van God predikt en handelt. Dit koninkrijk is van een andere orde dan wat wij mensen er van maken met een theocratie, waar we een vorm van politiek bedrijven die gebaseerd is op een heilig boek en waar de macht ligt bij wie haar op de juiste manier uitleggen. Dat zulke politieke machtsvormen mis kunnen gaan, zien we bij bijvoorbeeld bij de IS heel recentelijk en denk ook aan sektarische bewegingen zoals de wederdoperbeweging uit de zestiende eeuw die onder leiding van Jan van Leiden (https://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_van_Leiden) in Münster een heilsstaat wilde maken op basis van onder andere de Tien Geboden. Dat dit misgegaan is, dat hoef ik hier niet verder uit de doeken te doen.

Jezus ontstijgt dit alles, maar dit wordt op dit punt in het evangelie nog niet opgepikt, door de menigte niet, laat staan de leerlingen. Jezus wil aan bevrijding werken die holistisch is. Het gaat hem om de hele mens die geraakt is door zonde, die deze wereld gebroken doet zijn. Elk van ons heeft wel iets, waar wij in gevangen zitten. Waar wij niet in ons element zijn, waar wij zoeken naar verbondenheid, maar waar relaties ons bij de handen af breken. Waar je leeft in angst, waar je niet goed genoeg voelt. Waar leven een overleven is. Waar je bij mensen wilt horen, maar je weet niet hoe. Waar je leeft onder macht, die mensen neerdrukt, tiranniseert zoals een bedrijfscultuur verziekt kan worden door pesterijen in de diverse geledingen.

Het kan soms een zoeken zijn hoe wij als bevrijde mensen kunnen leven, dat we niet langer door het kwade worden neergedrukt. Dat we de speelsheid mogen ontdekken hoe we als kinderen van God het leven vorm geven, dat we niet op onze hoede hoeven te zijn, als we iets ondernemen, dat we met vertrouwen richting elkaar er mogen zijn. Waar we dingen mogen uitproberen zonder gelijk hierop afgerekend te worden, waar je fouten je niet worden nagedragen tot in lengte van dagen, waar je mag bouwen en zaaien om dit bestaan kleur te geven. Hugo mogen we dit ook toewensen, dat hij mag opgroeien tot een bevrijd mens, die rekening houdt met wie om hem heen staan, die goed doet voor zijn naaste, die liefde geeft en ontvangt. Dat wij hem tot voorbeeld mogen dienen, zoals Jezus ook ons voorbeeld is. Om achter hem aan te gaan op zijn weg van liefde, dwars door de dood heen, om op te staan, zoals we deze stille week zullen ervaren, dat zelfs de dood liefde niet kan breken. Maar de liefde zal opstaan en doorgaan. Mogen wij dan ook delen in het lied van vrijheid: “Hosanna! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer.” Kom ook ons bevrijden tot een leven in Jezus’ naam, amen.