Preek, gehouden op 2 mei 2021, Deuteronomium 4: 32 – 40

Ds. Rina Mulderij

Gemeente van Jezus Christus,

Vandaag wil ik het hebben over toekomst. Onze toekomst als gemeente van Jezus Christus in deze dorpen. Hoe zien we dat voor ons? Zeker voorbij de horizon van corona gloort er licht, is er hoop. We zullen weer samen komen in de kerk om God te loven, de dag van bevrijding te vieren. We zullen bijeenkomen om het derde sacrament van de koffie te bedienen: even bijpraten over de dienst, over hoe het met jou gaat, waar jij jouw geloof mag delen. Waar je gehoord wordt en waar jij jij mag zijn. Waar we ons inzetten voor wie het minder heeft, waar we met onze handen en voeten het leven voor een ander beter willen maken. Hoe werken wij aan ons beloofde land, het koninkrijk van God, op de plek waar wij leven, wonen, werken?

In deze toespraak van Mozes wil hij het volk Israël voorbereiden op de tijd die komen zal. Ze staan nu bij de grens, waar de woestijn bijna overgaat in het land van melk en honing. Na veertig jaar in de woestijn is het bijna zo ver: Israël zal het beloofde land betreden. Veertig jaar lang was het voor Mozes hard werken om dit volk te leiden. Om hen van de slaafse mentaliteit van Egypte los te maken en als vrije mensen te gaan leven uit gehoorzaamheid aan de Tora: de wetten en geboden, waar Mozes naar verwijst als een levenswijze, die God met de persoonlijke naam van Ik-zal-er-zijn aan Israël heeft gegeven. Die Tora vraagt om continu onderhoud, om liefde tussen God en Israël die door het verbond gekenmerkt wordt. Gehoorzaamheid aan Gods Tora is totaal wat anders dan het slaafs opvolgen van bevelen, waar je als een robot op reageert.

Naar Gods wijze van leven luisteren is iets dat je van harte doet, opdat je weet dat dit leven voor iedereen oplevert, waar ieder mens in vrede onder zijn wijnstok of vijgenboom zit. Niet waar de verhoudingen tussen mensen, vreemd en eigen, zo uit elkaar lopen, waar de één niets heeft en een ander van gekkigheid niet meer weet wat ie met die rijkdom moet doen. Mozes houdt Israël hoop, toekomst voor, waar het vooruitzicht leven is, waar jij en jouw kinderen, waar komende generaties het goed hebben.

Een aantal van de argumenten voor de toekomst in het nieuwe land heeft te maken met het verleden dat God met Israël heeft in woord en daad. Mozes wijst op de schepping, op de bevrijding van Israël uit het midden van een machtiger volk en op het spreken van God vanuit het vuur, wanneer Hij Zijn geboden boodschapt. Ook noemt Mozes Gods liefde voor en uitverkorenheid van Israël. Deze unieke karaktereigenschappen van God leggen een soort vlondertje voor het verbond, de relatie die God en Israël hebben. Het is de basis om verder met elkaar op te trekken. Ook in het beloofde land zal Israël aan die relatie vorm geven. In deze nieuwe situatie zal het nodig zijn om die relatie tussen God en Israël te onderhouden en uit te bouwen. Mozes inspireert Israël door haar te laten zien dat God hun God blijft. Hij is de Enige – andere goden zijn er niet. Die God heeft Israël gehoord, toen het zwoegde onder de Egyptenaren en Hij heeft met machtige arm opgetreden tegen dit onrecht. God de Enige wil Israël leiden, haar onderwijzen in Zijn levenskunst, want via Gods leiding zal Israël floreren, zal zij toekomst kennen. De volken die nu nog groter en machtiger lijken, zullen met Gods hulp verdreven worden: Israël moet niet bang zijn, maar vertrouwen hebben in God, want Hij is in staat om dit om te keren. Met God aan haar zijde zal Israël opbloeien en leven.

Israël heeft God in de loop van de geschiedenis meegemaakt en waar zie jij God in jouw leven? In welke gebeurtenis heb jij Zijn aanwezigheid ervaren, dat Hij voor jou aan het werk is gegaan? Op welk punt in jouw leven heb jij God beleefd, dat Hij erbij is geweest? Denk daar nu even kort aan terug… Soms merk je dat achteraf, dat God op die moeilijke momenten van jouw bestaan erbij is geweest en dat Hij jou er door heen heeft gedragen. Dat hij jouw inzet voor iets heeft erkend en voor jou als een kracht heeft opgetreden. Deze gebeurtenissen vanuit het verleden vormen jouw relatie met God nu nog steeds. Voor jou mag het als vertrouwen overkomen, dat God er in jouw leven bij is. Toen en ook juist nu.

Ook voor onze gemeenschap is God er. Voorzichtig aan mogen wij als kerk weer nadenken over de tijd na corona. Daarbij willen wij ook aan de gezamenlijke relatie met God, aan de reis door de geschiedenis die wij in verbondenheid met Jezus, de Zoon, zijn gegaan. We kijken terug, maar dat doen we niet uit nostalgie, gemeente. Dan blijven we hangen in heimwee, alsof het vroeger beter zou zijn. We kijken terug, opdat dit de bron is, van waar uit wij ons geloven voeding geven, kracht voor de toekomst. Zoals ook het vieren van het Heilig Avondmaal in ons hier en nu doet ons denken aan het sterven en opstaan van Jezus én aan het toekomende rijk, dat soms al oplicht in ons midden. We herinneren ons de goede boodschap, opdat dit ons inspireert om ons te laten leiden, om ons leven vorm te geven, om te delen, om lief te hebben, opdat dit een bron met levend water zal zijn, van waaruit wij kunnen putten, als ons leven dor is, waar wij kracht ontvangen, waar wij mogen ervaren dat die bron er altijd is en zal zijn en die nooit van ons afhankelijk is, want God is die nooit ophoudende bron van liefde, genade en leven.

Vandaag nodig ik u, jou, allen uit: oud en jong, als je wat verder van de kerk bent af gedreven of als je misschien even op stand-by staat of waar je betrokken bent. Hoe zetten wij in op onze toekomst als gemeenschap van Jezus Christus? Er zullen zaken gaan veranderen. Dat gebeurt, ook in de loop van de tijd en het is gebeurd, nu we deze periode door zijn gekomen. Als ik het voorbeeld van Jezus van de wijnstok en de ranken mag gebruiken, dan zullen we in deze gemeenschap dingen moeten snoeien, die niet bijdragen aan het samen zijn, zodat andere zaken tot groei en bloei kunnen komen. De recente verbouwing van onze kerk heeft bijgedragen aan dat saamhorigheidsgevoel. Samen een klus klaren heeft dat in gang gezet. Misschien zouden we deze gouden handjes kunnen inzetten als een soort kluspoel voor mensen die weinig tot geen netwerk hebben en die bij voorbeeld een kastdeurtje gerepareerd willen hebben, maar die dat zelf niet kunnen doen. Kijk ik onze beheerdster Ingrid even aan: wat zou jij willen doen in dit gebouw, zodat dit een gebouw voor het hele dorp kan worden? Waar krijg jij energie van? Denk ook aan de kinderen en jongeren die onze gemeenschap tellen: waarvoor zou jij je willen inzetten, als je de ruimte zou krijgen om iets eigens neer te zetten?

Ik heb gezien dat het inbrengen van producten voor de Voedselbank mensen op de been heeft gebracht en het verlangen naar onderling contact heeft aangewakkerd. Hoe zouden wij dat contact kunnen continueren? Op welke wijze zoeken we naar nieuwe vormen van aanwezigheid in onze dorpen? Zou een ochtend met koffie drinken in die behoefte kunnen voorzien? Ik denk ook dat we ons geloof in Jezus Christus in ons leven van alledag vorm mogen geven. Dat het niet alleen zondags een dienst is, maar dat we elke dag op de plek waar we wonen, waar we aan het werk zijn, dat wij iets van ons geloof mogen uitdragen, dat wij mensen mogen verwarmen met het voorbeeld van Jezus. Dat geloven niet iets kils is, maar juist dat wij via de Geest mogen ervaren, dat geloven ons en anderen in vuur en vlam zet. Misschien kunnen we via kleine groepen met gemeenteleden dat voor elkaar krijgen, dat wij leren om leerlingen van Jezus te zijn. Dat wij delen, waar wij ook tegen aanlopen, want geloven betekent niet dat er geen kwade dingen meer gebeuren of dat alles van een leien dakje gaat. Dat wij elkaar dienen in het luisteren zonder oordeel – daar mogen wij onszelf in trainen.

Wat zou jij willen doen binnen onze gemeenschap? Welk idee zou jij handen en voeten willen geven samen met anderen, opdat het ons goed zal gaan? Welk idee zou jij willen uitvoeren, als jij de kans krijgt? Ik zou jullie allen deze komende weken willen uitdagen: wat zou jij willen doen vanuit geloven in Jezus Christus, die ons is voorgegaan naar Gods rijk? Dit geloof vormt de basis van onze gemeenschap, waar Christus het hoofd van is, de wijnstok, waarop wij geënt zijn. Ik nodig jou uit om jouw idee naar mij op te sturen: per mail of een briefje graag met naam, want met iets anoniems ga ik niet aan de slag en ook niet in mijn eentje. Samen zijn wij verantwoordelijk voor onze gemeente en daartoe nodig ik jou, u uit: draag bij in woord en daad aan onze gemeenschap die ons lief is, zoals God, de Heer ons al lief heeft. Het vraagt om omdenken, dat wij niet langer passief, consumptief gemeente zijn, maar dat wij met elkaar eigenaar van onze kerk zijn, want God zelf heeft ons die gemeenschap geschonken. Hij is de basis, van waaruit wij leven. Als wij vanuit deze liefde voor God leven, de Zoon volgen, de Geest krijgen, dan zal het ons en onze kinderen goed gaan. Amen.