Preek, gehouden op 20 juni 2021, Marcus 4: 35 – 41

Ds. Rina Mulderij

Gemeente van Jezus Christus,

Of je nu wat ouder of wat jonger bent, we hebben allemaal wel eens een periode in ons leven gehad, waarin we het gevoel hebben gehad: “hoe kom ik, hoe komen wij hier door heen?” Het kan beangstigend zijn, wanneer je niet weet hoe het verder zal gaan, als je de schuimkoppen van de golven ziet, de sterke harde wind voelt die jou van je plek waait en als je ziet dat de boot vol loopt, terwijl je alle tanden bij zet. Hoe bewaar je dan de rust? En hoe blijf je vertrouwen hebben in je kunnen, in jezelf, anderen en uiteindelijk ook in Jezus?

In dit verhaal over Jezus’ daad van macht treffen we paniek aan. “We vergaan. Kan het u niets schelen?” De evangelist Marcus is een kei in het schilderen van een verhaal met een paar streken verf. Na een dag verkondigen stapt Jezus met de twaalf plus nog meer leerlingen in een boot en ze steken over naar de overkant, waar het gebied van de Gerasenen is. Onderweg komen ze in een storm terecht. Te midden van die hevigheid van de storm slaapt Jezus. Hij ligt er lekker bij met een kussen onder zijn hoofd. Hij bevindt zich op de plek, waar het roer, het stuur van de boot zit. Dit gegeven delen Matteüs en Lucas trouwens niet met ons. Jezus ligt vol vertrouwen, met messiaanse rust in het achtersteven, alsof er niets aan de hand is. Maar volgens de leerlingen is er van alles aan de hand. Jezus moet meehelpen, anders gaan ze deraan! Het contrast tussen Jezus en de twaalf kan haast niet groter zijn. Jezus de rust zelve, de leerlingen hebben om met meneer Cactus te spreken paniek, peew, peew.

Mag ik jou, u allen eens vragen om de ogen te sluiten… Denk eens terug aan een moeilijke tijd in jouw leven. Misschien zit je er op dit moment wel in. Je kunt het verbeelden alsof je in een bootje op het meer zit. Je bent onderweg naar de overkant. Het is donker. Om jou heen kolkt het water. Het stormt. Je ziet dat je boot vol loopt met water. Je begint met scheppen. Maar het lijkt wel of er meer water in de boot komt. Ik stop hier even de film. Mag ik jou vragen om te kijken wie er nog meer bij jou in het bootje zitten? Wie zie je?… Wat doen zij? … Helpen ze jou of staan ze erbij te kijken en doen ze niets, omdat ze niet weten wat ze moeten doen? Geven zij jou moed om door te gaan, nog even volhouden? Elk van die personen biedt iets aan, zodat jij verder kunt. Kun jij het aanbod aannemen, dat de ander geeft?… Misschien zie je als je rond kijkt, nog Iemand erbij staan. Het is Jezus. Hij kan wat verder weg of dichterbij je staan. Hij is er wel… Wat zegt Hij tegen je? Biedt Hij jou iets aan, zodat het donker met al dat gewoel jou niet meer overweldigt? … Als het rustig om je heen wordt, merk je dat je aan de overkant bent gekomen. Je kijkt terug naar de weg die nu achter je ligt. Wie hebben jou moed gegeven? … Wie vertrouwen? …

Als je dat wilt, mag je de ogen weer rustig open doen. Jezus’ aanwezigheid heeft jou door die moeilijke tijd gedragen: misschien niet zoals je het zelf had bedacht of verwacht. Maar Jezus is er wel. Die band van vertrouwen met Jezus is er. Dat vertrouwen in Jezus heeft ervoor gezorgd dat je door kon gaan. Ook als je Hem niet kon zien of het gevoel had, dat Hij er niet bij was. Ook in die moeilijke tijd is Jezus bij je gebleven. Hij heeft jouw pijn, jouw verdriet gezien, waar je hebt geworsteld om vooruit te komen, waar je zoekt naar licht en rust voor jezelf en voor wie bij jou horen. Jezus is bij je en hij is niet veroordelend over hoe je hier mee om bent gegaan. Hij wil jou bijstaan, zelfs in het grootste verdriet.

De vraag aan jou is: sta jij dat toe? Laat jij Jezus in jouw leven toe als een bron van vertrouwen? Dat je in tijden van onrust, moeite jouw vertrouwen in Hem stelt? Wanneer het golft en stormt om jou heen, mag je beseffen dat Jezus altijd jou kracht geeft, zodat je moedig door kunt gaan of dat als je niet zo moedig bent, dat Jezus jou moed geeft. Dat je weet, ervaren mag dat je met Jezus aan jouw zijde je altijd iemand hebt om op te bouwen, die jou steunt. Maar die je ook op de andere kant van iets wijst, op je blinde vlek, waar je mag leren, dat ook al is het nog zo donker, het wordt altijd weer licht.

Met Jezus aan boord betekent niet dat de weg door het leven gemakkelijk zal zijn of dat er geen kwade dingen meer zullen gebeuren. Het is zoeken naar: hoe kom ik, komen wij hier door heen? Dat we in het worstelen met het kwade blijven zien dat we niet alleen zitten te ploeteren, maar we hebben iemand bij ons die de koers kan uitzetten, die ons wil leiden naar moed, geloof, weg uit angst en lafheid, die ons opent voor een nieuwe dimensie, het Rijk van God, waar Jezus ons allen toe wil redden. Voor dit programma van een nieuw leven is Jezus’ aanwezigheid transformerend. Daar gaat dit verhaal over: als je leerling van Jezus bent, heb je Hem mogen ervaren in jouw leven, dat Hij reddend, transformerend aanwezig is. Hij werkt met het materiaal dat Hij in jou aantreft om te midden van het donker van gevaar, om de innerlijke rust te bewaren. Dat je niet met alle winden mee waait en zo nooit aan de overkant komt of op een plek waar je niet (meer) wilt zijn. Geloven als discipel van Jezus is een avontuur, waar wij mogen ervaren dat wij de controle los laten en ons laten leiden door Jezus, waar Hij ons naar toe wil leiden: namelijk een leven in geloof, dat je moed hebt om het kwade te weerstaan. Om in je hart de vrede te vinden die Jezus alleen kan schenken. Om te zien wat is nodig en wat leidt af van waar Jezus mij naar toe wil leiden? Het is onderscheid maken tussen de kern en de rand, dat wat niet belangrijk is. In dit alles is het ervaren, zien, dat we nooit er alleen voor staan. We zijn omringd door lieve mensen die naar ons luisteren, die soms ook last van ons kunnen afnemen, zodat we tot rust mogen komen. In dit alles is Jezus bij ons. Vanuit die hoop mogen wij uitzien naar de overkant. Soms vaker, soms minder vaak in ons leven, maar we vertrouwen dat Jezus nooit ver van ons is. Amen.