Preek, gehouden op 15 augustus 2021, Daniël 6: 11-28 en Matteüs 10,28

Ds. Rina Mulderij

Gemeente van Jezus Christus,

Dit verhaal van Daniël in de leeuwenkuil spreekt velen tot de verbeelding. Een hele nacht houdt hij het vol bij bloeddorstige, hongerige beesten, terwijl hij onschuldig is. Het verhaal is eigenlijk net iets te. Net iets te mooi glad gestreken, want er is totaal niets op de held Daniël aan te merken. Te gruwelijk, want je zult net als ik over de mannen hebben gelezen, die met hun vrouwen en kinderen in de kuil worden gegooid als straf, net als de mededeling dat geen van die 120 plus de grond raakt van de kuil en dat alle botten worden vermorzeld. Een volwassen mens heeft 206 botten in het lichaam zitten en van dijbeen tot het kleinste botje in het oor wordt het stuk gemaakt in de muil van deze dieren. Ook dat alle 120 satrapen de wetten van Meden en Perzen gebruiken om één persoon tegen te houden, dat maakt dit verhaal er niet geloofwaardiger op. Wie wat thuis is in samenwerken in vereniging- of teamverband, weet dat je zo’n eensgezindheid praktisch niet bereikt. Ook is het humor dat een koning zo in de val wordt gelokt, dat die behoorlijk onnozel over komt. Historisch is ook wat op dit verhaal af te dingen. Bij het vertalen begon het bij mij al: welke Darius wordt hiermee bedoeld, want Darius was een Pers die in de zesde eeuw voor Christus (522-486 voor Christus) 36 jaar lang regeerde over een immens groot rijk. Hij was geen Meed zoals de schrijver aan het begin van hoofdstuk 6 zegt. En je moet nog wel wat in je mars hebben om zo lang te regeren. Dit duidt er op dat de schrijver van Daniël het niet ging om een correct historisch verslag neer te pennen, maar het ging hem om het verhaal, dat zijn geloofsgenoten moed heeft gegeven in hun strijd voor God en tegen de Griekse overheersing. Uiteindelijk zal God leven geven aan wie trouw blijven.

Het verhaal over Daniël in de leeuwenkuil is een verhaal met een moraal. Het gaat om de boodschap die de schrijver vertellen wil. De koning, de tegenstanders en de leeuwen zijn elementen die het verhaal voort stuwen. Ze werken als symbolen, waar ze in de tweede eeuw tegen aanliepen in de Makkabese strijd. Ook krijg je inkijkje in hoe aan Joden buiten Palestina hun geloof praktiseerden. Joden in de diaspora hadden voortdurend met gevaar te maken, ook al leven ze in gunstige omstandigheden. Ook kun je koning Darius als een verbeelding van koning Antiochus IV Epifanes zien, die zijn eigen vrienden niet eens beter behandelde dan zijn vijanden: grillig gedrag mocht ik ergens optekenen, want deze koning zag overal en nergens een samenzwering.

Te midden van dit gewoel en gekonkel is Daniël een baken van rust. Hij dient als voorbeeld van een gelovige, die in alles trouw blijft aan God. Hij wordt hier als perfect weergegeven. Er is niets op hem af te dingen. Ook als hoveling doet Daniël het goed. Hij heeft een witvoetje bij de koning: nooit iets misdaan, betrouwbaar tot de met. Dit tot ergernis van zijn tegenstanders zonder naam die hem nergens op kunnen betrappen. Misschien is dit ook wel tot mijn ergernis, want dit maakt deze man wat eendimensionaal. Hij is niet zoals David die zijn tegenstander Uria uit laat schakelen, maar waar hij ook berouw toont als hij het fout heeft gedaan. Of een Jakob die zijn broer Esau diverse hielen licht, maar ook waar verzoening tussen beiden mogelijk is. Of aan Sara die lacht, omdat ze hoort dat ze nog op haar oude leeftijd moeder zal worden, maar die als ze betrapt wordt, zegt dat ze niet heeft gelachen. Daniël vind ik soms moeilijk om als een mens van vlees en bloed te zien, want hij doet echt alles goed. Hij hapert niet. Hij weet het goede te vinden en hij twijfelt niet aan de reddende kwaliteiten van God, zoals Darius dat wel laat zien, want hij slaapt en eet niet tot het eerste zonlicht in het paleis komt. Net als dat Darius voor een koning zich wel erg haast om te zien wat er gebeurd is met Daniël, want koningen mochten eigenlijk niet rennen.

Het gaat hier om het verhaal achter het verhaal, want we weten ook wel dat hongerige leeuwen niet de kaken op elkaar kunnen houden. Elk jaar worden er trouwens honderd mensen door leeuwen opgegeten. Daniël dient hier als een soort spiegel voor onszelf, want: hoe trouw ben ik aan God? Het is een uitdaging, wanneer we in een tijd leven, waar chaos heerst. Dus hoe houd jij je dan staande? Voor Daniël is dat geen vraag. Elke dag richt hij zich in gebed tot God. Voor hem is het dagelijks gebed een middel om de band met God te versterken. Zo houdt Daniël God dicht bij zich, wanneer er goede dagen en ook wanneer er slechte dagen zijn. Alles brengt hij in gebed bij God. Voor sommigen geldt dat nood leert bidden. Geloven in God die redt en bevrijdt, kan op zulke momenten in iemands leven verdieping krijgen, als je Gods open hand mag ervaren, waar God voor jou een plek van veiligheid en hernieuwde kracht is. Dat ook al daal jij af in een kuil vol leeuwen – te midden van dit gevaar komt jouw ziel er zonder kleerscheuren uit, houdt de klauw van de leeuw je niet vast.

Het trouw blijven aan God is ook onderdeel van het martelaarschap. De Makkabeeërs en de vroege christenen, maar ook nu nog steeds zijn er mensen die om hun geloofsovertuiging vervolgd worden – vanuit dit martelaarschap werd niet ieder mens gered, maar dat betekende niet dat zij hun geloof maar lieten varen. Het geloof diende als een anker in tijden van vervolging, beproeving, waar ook maar hun leven op het spel stond. Ze waren ervan overtuigd dat God bij hen is, ook al lijden ze. Hij laat hen niet los, zelfs niet in het ergste gevaar. Dit element is vormend geweest in het geloof van Israël in ballingschap en het heeft Joden gevormd ten tijde van leven in Palestina onder vreemde overheersers: God is in alles met ons. God bewerkstelligt redding uit nood, bevrijding uit gevangenschap. Hij maakt levend, ook ons. De hoop op Gods aanwezigheid in een vreemde omgeving bouwt trouw op. Ook al zien we nu nog geen uitweg. Weten we dat we niet meer beter zullen worden of dat je moet leren leven met een beperking. Of waar je leven wordt bedreigd, waar je op een tweesprong staat: welke keuze moet ik maken? En geen keuze maken is ook een keuze maken, die bepalend kan zijn.

Het gebed is een krachtig wapen tegen onrecht, tegen kwaad. Het onder woorden brengen bij God, wat er in jouw hart leeft, kan zaken voor jou ordenen, het verlichten. Soms hoor ik iemand zeggen dat het gebed niets oplost. Maar het bidden tot God kan kracht geven, als je weet, dat er iemand is die voor jou bidt. Bidden opent een nieuwe dimensie in geloof, waar je jouw vragen bij God brengt, waar je twijfelt. Bidden houdt de communicatie open, waarmee je de eigen trouw richting God vorm geeft. Die goede gewoonte heeft Daniël niet opgegeven, ook al wist hij dat hij daarmee de wet van Meden en Perzen overtreden heeft. Het laat zien dat Daniël aan de wet van God, aan Zijn Tora trouw is geweest, zelfs als het de dood kon betekenen. En Gods Tora is van een geheel andere orde dan de wetten van mensen. De Tora heeft iets beters voor ogen: Gods wet dient de mens om voor zijn Rijk klaar te staan. Daar wil God ons allen naar toe leiden, dat wij als bevrijde mensen zullen leven, trouw aan God en aan elkaar. Aan Gods reddende macht is onze trouw verbonden. Het is niet altijd even eenvoudig, maar uiteindelijk overwint die trouw zelfs leeuwen die ons leven bedreigen. Van die trouw mogen we niet zwijgen, maar we zingen God ten lof voor ieder die het maar horen wil: God redt ons zelfs uit het ergste gevaar. Amen.