Preek gehouden op 6 februari 2022 over Genesis 2,4b-17 in een ZWO-dienst

Ds. Rina Mulderij

Gemeente van Jezus Christus,

Deze aarde als schepping is een gave van God. Velen van ons kunnen hier in mee komen. God heeft voor de mens uit stof van de aarde én vanuit de inblazing met de levensadem een geschenk neergelegd. Ook verbeeld in de tuin die God (!) zelf aanlegt ergens in het oosten. Voor dat cadeau mogen we goed zorgen. De tekst zegt het als volgt: bewerken en bewaken. Ik vond het verrassend dat hier geen rentmeesterschap staat, maar de mens is geroepen om de tuin van God te verzorgen. Voldoende water voor de planten die er groeien. Over de dieren wordt hier nog niet zo gesproken, maar ook zij zijn onderdeel van het geschenk, waar wij als aardwezens voor mogen zorgen. Dat vormen uit stof van de aarde maakt dat wij mensen niet boven of onder de andere schepselen staan, maar we zijn deel van de schepping. Dat houdt in dat wij ook met onze medemensen zijn geroepen om van Godswege er goed mee om te gaan, want geen staat boven of onder ons.

Toch zien we in de wereld om ons heen dat er met de schepping als natuur wordt omgegaan en niet als gave voor de mens. We willen haar de baas zijn, maar we krijgen ook met de ontembare krachten te maken. Zoals we vorig jaar in Limburg, België en Duitsland zagen met het water dat verwoestend buiten de oevers is getreden en waar mensen in Bangladesh elk jaar met een moesson te maken krijgen die een spoor van vernieling achter laat. Waar ze in hun bestaan in armoede dreigen te vallen zoals een vrouw die in haar eentje voor haar kinderen zorgt en die tijdens zo’n moesson haar vissersboot is kwijt geraakt. Daarnaast krijgen ze in Bangladesh in de rivierdelta meer en meer met verzilting te maken, omdat zeewater meer het land inwaarts komt. Kerk in Actie wil voor deze mensen een toekomst bieden door onder andere in te zetten op rampenpreventie en op hoe bedrijf je landbouw in een gebied dat zouter wordt, met planten die daar tegen kunnen. Een derde van de Bengalen moet rond komen van minder dan een euro per dag. Het is dan ook niet altijd gemakkelijk om goed rond te komen en om een beter bestaan op te bouwen. Vandaar ook dat we vandaag bij deze broeders en zusters wat meer stil staan.

Ook zij krijgen met de klimaatsveranderingen van de aarde te maken, waar wij ook in ons land tegen aan lopen met soms een te veel aan water en soms ook een tekort, wanneer het te droog is. Deze extremiteiten leveren vragen op. Hoe gaan wij met Gods schepping om? Gedragen wij ons verantwoordelijk voor wat God gecreëerd heeft of exploiteren wij de wereld alsof we hier de baas zijn? Ik ben bang dat de wijzer bij het laatste blijft steken. In dit verhaal over de tuin van Eden ligt het accent op de mens niet als bekroning van Gods schepping, maar als onderhouder van wat God heeft geschapen. Dat vraagt om een meer nederige rol van de mensheid, maar helaas ziet de mens zichzelf als het summum van al wat er op deze aardbol rond loopt en gedraagt zich daar ook naar. Ook naar zijn medeschepselen toe met oorlog, uitbuiting, zelfverrijking en dergelijke. Nee, daar worden we niet vrolijk van.

Hoe komen wij weer die roeping van bewerken en bewaken op het spoor, die God ons met de schepping heeft meegegeven? Als wezen van aards stof en goddelijke levensadem willen we zoeken naar een weg in Gods schepping, die bijdraagt aan leven en die niet de weg van de dood op gaat. Je kunt hier ook de verbeelding van de twee bomen in zien of waar het in het volk Israël gaat om zegen en vloek of met Jezus gezegd: het kiezen voor Gods Koninkrijk. Het gaat om een manier van kijken: zie je hier de natuur of het werk van Gods handen? In zekere zin krijgen we hier in de tuin van Eden al met een eerste verbond met God de Heer te maken in vers 16 en 17. In een verbond bepaalt de sterkere of in dit geval de Goddelijke hoe dat verbond eruit ziet. Maar God de Heer wil de mens niet knechten, maar tot verbondspartner maken in de tuin, opdat de mens uit vrije wil zorg draagt voor de schepping die in haar vezels goed is. Het werken in de tuin wordt hier ook als een positieve verantwoordelijkheid gekenmerkt. Misschien kunnen we dat vergelijken met de inzet van vrijwilligers voor de Dorpstuun. Waar het werken in de tuin plezier opwekt, waar je samen je inspant om van de aarde wat moois te maken, waar anderen in de oudere levensfase van kunnen genieten en waar ook jonge mensen kennis kunnen maken met de flora en fauna, opdat zij voor de toekomst ervaring opdoen: hoe ga je goed om met plant en dier?

Hoe pakken we het aan om deze aarde duurzamer te maken? Ik kan me heel goed voorstellen, dat je denkt: “die inbreng van mij, da’s maar een druppel op een gloeiende plaat. Wat zet dat nu voor zoden aan de dijk?” Tips als koud douchen, mij niet gezien. Of op de thermostaat letten, als dat kan, dat je de verwarming niet in een leeg huis opstookt. Ik heb voor dit jaar een Micha-kalender gekocht, waar ook ideeën in staan, waar je wat mee kunt doen. Zoals: koop eens een tijd geen nieuwe kleding, maar kijk wat je hebt en ruil het eens met een ander. Heb jij iets ‘nieuws’ en de ander ook. Kijk of je iets van een groentetuintje kunt maken, ook al heb je een balkon of zelfs geen tuin, dat je in bakken plant en op laat groeien en oogsten, natuurlijk. Zomaar een greep uit de ideeën die ik de afgelopen maand voorbij zag komen.

Met het bewerken en bewaken van Gods tuin willen we uiting geven aan de dienstbaarheid richting God. Het vraagt van ons dat wij verantwoordelijk met Zijn schepping leven. Om de vervuilers aan te pakken zoals we ook in Nederland zien, dat bij voorbeeld Tata Steel niet meer de vrijheid krijgt om te doen koste wat het kost om voor de winst te gaan. Of denk aan een initiatief in Drenthe om afwater van oliewinning in lege gasvelden te injecteren, dat we zoeken naar een toekomstbestendige manier om dit water schoon te maken, zodat volgende generaties op deze aarde kunnen leven. We moeten het niet doorschuiven naar onze kindskinderen, alsof er na ons de zondvloed komt, maar deze schepping is een gave van God om van te leven. Dat willen we zo doen, dat ook na ons leven mogelijk is, waar komende generaties mee gediend zijn. Die verantwoording hebben we richting God en richting Zijn toekomst met ons. We hebben daarom geen rentmeesters nodig voor Gods schepping, maar mensen die mee bouwen om er een plek van te maken en het te behouden, opdat ieder mens gelegenheid heeft om ervan en erop te leven vanuit de goedheid die ons ooit geschonken is. Amen.