Preek, gehouden 31 juli, 3 Johannes en Lucas 22: 24-27

Ds. Rina Mulderij

Korte introductie op 3 Johannes

In de zomermaanden van 2022 houd ik een preekserie over 2 en 3 Johannes en Judas, de kleinere brieven in het Nieuwe Testant. De derde brief van Johannes is een persoonlijke en korte brief, die net als 1 en 2 Johannes wordt toegeschreven aan de apostel Johannes. Deze brieven sluiten in bepaalde opzichten goed aan bij het evangelie van Johannes en ze zijn later dan dit evangelie geschreven, maar het is lastig om te bepalen welke brief wanneer is geschreven. De oudste heeft vanuit Klein Azië of Syrië in de eerste helft van de 2e eeuw een brief geschreven aan Gajus, een verder onbekende leider van een naburige gemeenschap. De band tussen de oudste en Gajus is goed, want hij noemt Gajus geliefde broeder. Het thema van deze brief is gastvrijheid binnen de Johanneïsche gemeenschappen. Gastvrijheid draagt bij aan de missie van het evangelie van Jezus Christus die in deze brief zeer waarschijnlijk met ‘de Naam’ is aangeduid. Deze missie komt in het gedrang, omdat Diotrefes, een andere leider van een huisgemeente, rondtrekkende broeders die met de oudste zijn verbonden, niet ontvangt. Maar wat er echt aan de hand is komen we niet goed te weten, want de oudste gaat ervan uit dat Gajus aan een half woord genoeg heeft. De oudste beveelt ene Demetrius aan. Van hem weten we verder niets; misschien is hij degene die deze brief aan Gajus heeft overgebracht.

Gemeente van Jezus Christus,

Ik kom wel eens bij mensen die in een grote familie zijn opgegroeid. Vele monden moesten er tijdens de warme maaltijd gevoed worden en als er een vriendje of familielid onverwacht over de vloer kwam, was er altijd ruimte om aan te schuiven. Maar Nederlanders an sich worden vanuit de rest van de wereld als niet zo gastvrij gezien [https://www.youtube.com/watch?v=N765_r_iddU]. We willen graag vooraf weten wie er komen, wat de verwachtingen over en weer zijn en als het half zes is, hoort degene die over de vloer is: “We gaan eten.” Autochtone Nederlanders horen hierin dat ze moeten wieberen: het is niet de bedoeling dat er meegegeten wordt. Iets dat ik ook wel eens heb gehoord van iemand, die bij een ander aan het werk was, dat er tijdens de werkpauze het niet de bedoeling was, dat er onder hetzelfde dak werd gegeten of waar de huiseigenaar zelf met een kopje koffie in je nek staat te hijgen, maar jou niets aanbiedt. Zo iets heb ik ook zelf wel eens meegemaakt: kwam ik op een warme dag langs en kreeg ik na een uur niets aangeboden, dan haalde ik wel eens demonstratief een flesje water uit de tas. [https://www.ad.nl/binnenland/wij-zijn-niet-gastvrij-net-als-japanners-en-zuid-koreanen~a731d453/?cb=b2e9f20969eb6a2b283445baa92fa76a&auth_rd=1] Met de Japanners en Zuid-Koreanen bungelen we onderaan in de gastvrijheid. Ik denk dat Nederlanders binnen het betamelijke gastvrij zijn, met uitschieters naar boven en naar onderen.

In de meer zuidelijke en oosterse culturen is gastvrijheid een must. Abraham ontvangt gasten die langs zijn tent komen meer dan hartelijk.  Enkele gemeenteleden komen  wel eens in Griekenland en ze vertellen dat daar de deur open staat, zo van: “O, ken je die? Hier een glas van het huis! Een vriend van mijn vriend is mijn vriend. En proost!” Mijn schoonvader was leraar in een wijk in Groningen met verscheidene culturen. Op huisbezoek, zo vertelt hij mij verlekkerd, kreeg hij bij Surinaamse mensen een lekker bord roti, Surinaamse pannenkoek met kip voorgeschoteld en met de kerstmaaltijd op school stortte hij zich op het uitgebreide, heerlijke buffet. Of de fout die ik zelf ooit maakte door ’s avonds na het warme avondeten bij asielzoekers uit Afghanistan langs te gaan en ik kreeg een bord rijst met kip opgediend. Niet opeten was een belediging voor deze mensen geweest.

Voordat ik jullie verder ga lekker maken met gerechten, terwijl we nu niets krijgen, wil ik nog wel even wel wat vertellen over de Bijbel: eten is daar ook belangrijk en gastvrijheid ook. Gastvrijheid is voor de verspreiding van de goede boodschap van Jezus Christus van zeer groot belang geweest. Dit treffen we onder andere bij de apostel Paulus aan en in Handelingen, waar mensen aanbevelingsbrieven mee kregen naar een volgende stad om daar het evangelie te verkondigen, dat je dan als evangelist onderdak had. Ik denk dat deze brief van de oudste ook zo’n brief is. Demetrius brengt deze brief naar Gajus, die vaak rondreizende broeders in zijn huis opneemt, zeker als die broeders met de oudste zijn verbonden. In deze brief is echter gastvrijheid de inzet geworden van een machtsstrijd in één van de Johanneïsche gemeenschappen, waar de oudste, Gajus en Diotrefes plus rondtrekkende predikers van de oudste respectievelijk de spelers en de speelballen zijn geworden. De oudste heeft gezag binnen veel van deze gemeenschappen, maar Diotrefes wil eigenlijk de baas spelen, de belangrijkste zijn. Zijn gedrag wordt hier besproken: hij bepaalt binnen een gemeenschap dat er geen van deze rondreizende broeders ontvangen wordt en als iemand dat wel doet, dan gooit hij deze mensen uit de kerk. Dat is niet bepaald vriendelijk te noemen. De reden, waarom Diotrefes dit doet, dat is niet te achterhalen. Misschien geeft hij iets te goed gehoor aan de oproep uit de brief die wij als 2 Johannes kennen, waar de oudste schrijft over het niet ontvangen van dwaalleraren. “Dan maar niemand over de vloer laten komen, dan val je geen buil en gaat er niets mis…”, zo kan die Diotrefes geredeneerd hebben. Maar er is ook iets meer aan de hand bij hem. Blijkbaar besloot hij op meerdere terreinen de touwtjes strakker aan te spannen. In z’n eentje bepaalde hij wel de leiding en die oudste en zijn rondreizend gezelschap – die konden hem wat. Hij beslist, want het is zijn huis, dus zijn gemeenschap.

Binnen huidige kerken komen we ook wel eens dictatortjes tegen die alles willen bepalen. Die eerder van Jezus Christus wegleiden door op hun prestaties voor de Heer te wijzen, want wat zij doen, dat is geweldig: dat verdient applaus. Er ligt hier ook een tragedie in, dat dergelijke mensen geloven, dat ze dan ook God dienen en Jezus de eer geven, maar dat ze met zulke dingen uiteindelijk het hart van de kerk, namelijk Gods openbaring in de woorden en het leven van Jezus Christus, te niet doen en uit hun midden stoten. Er staat maar één op de eerste plek en dat zijn zij zelf achter het vrome masker. Het zonnekoningengedrag van Diotrefes maakt deze gemeenschap kwetsbaar en zorgt ervoor dat anderen hun door God gegeven talenten niet kunnen ontplooien, laat staan dat er samengewerkt wordt om de goede boodschap te verspreiden en de onderlinge liefde vorm te geven. Internchristelijke conflicten ontstaan al snel in de vroege Jezusbeweging. Haantjes en hennetjes bepalen de pikorde en dan gaat het al snel niet meer over wat Jezus zou doen.

Macht hebben en houden bepalen de agenda. In de Bijbel komen we met diverse beelden van leiderschap in aanraking, ook beelden van hoe God ons wil leiden. Psalm 23 laat naast God als Herder een Gastheer zien, die de ik-persoon uitnodigt aan Zijn tafel vol zegeningen. Je voelt je welkom bij God. Dit komen we ook tegen, wanneer God Zijn rijk op aarde laat beginnen: het is een maaltijd, waar iedereen mag komen mee-eten, met de heerlijkste gerechten en de lekkerste wijnen. De bruiloft van Kana is een voorproef van hoe het zal zijn, als God bij ons zal zijn. De Maaltijd van de Heer vieren we met brood en wijn en met Jezus als onze Gastheer toen, nu en straks later. Nu proeven wij brood en wijn op de tong, waarmee we Jezus’ lijden, sterven én opstanding herdenken en waarmee we uitzien naar Gods Rijk dat onder ons zal zijn.

In navolging van Jezus mogen we ook onszelf de vraag stellen naar: hoe gastvrij zijn wij? Ontvangen wij iemand die namens Christus komt wel – ik zeg hier bewust niet namens de kerk, want het gaat uiteindelijk om Jezus Christus, niet waar gemeente? Gastvrijheid biedt ons de gelegenheid om voor de ander te zorgen, om hem en haar te dienen en het gaat om wederkerigheid. Leiding geven houdt in dat jij mag leiden en geleid mag worden. De gevaarlijkste leiders zijn zij die alleen maar willen leiden, maar die zich niet willen laten leiden. De baas spelen is één, maar iemand anders de baas laten spelen, dat willen ze niet. Via gastvrijheid mogen we ervaren hoe Jezus in ons leven er wil zijn en hoe wij in Gods liefde er voor elkaar willen zijn. 3 Johannes spoort ons daartoe aan en daarmee rond ik ook af: “Geliefde broeders en zusters, volg niet het kwade na maar het goede. Wie goed doet komt uit God voort; wie kwaad doet heeft God niet gezien.” Doe dit en u zult eeuwig leven. Amen.