Preek, gehouden 20 nov. Psalm 56:9 en Matteüs 5:3-10 (laatste zondag van het kerkelijk jaar)

Ds. Rina Mulderij

Gemeente van Jezus Christus,

Over verdriet willen we het vaak niet hebben. Het verveelt al snel en “zit je daar nu nog steeds mee?” Het liefst gaan we het uit de weg, willen we het niet benoemen of denken we dat we de ander pijn doen, als we het ter sprake brengen. Maar in de praktijk van alledag merk ik dat het niet noemen van degene die er niet meer is, nog veel meer pijn doet dan wel over die geliefde beginnen… Als de tranen aan de voorkant niet meer geuit mogen worden, gaan de tranen naar binnen. Dan is thuis de enige plek, achter de gesloten gordijnen, in een klein kamertje, waar je mag huilen van verdriet. Ook al lijkt het soms dat we in het openbaar of bij die ander ons kranig houden, binnen geloof is er Eén die jouw tranen ziet. Eén die jouw tranen opvangt en telt, omdat ze voor God van waarde zijn.

Tranen zijn volgens een joods gezegde een vorm van gebed: je hebt het gebed in stilte, het huilen met luide stem en tranen die alles overwinnen … Als je vader of moeder bent of als je een kind verzorgt, weet je dat de tranen van een kind wat met je doen. Je komt in actie, vraagt: ‘wat is er aan de hand’ en probeert het kind te troosten, door een arm om de schouders, er even te zijn. Zo zorgt God de Vader ook voor ons. Hij is betrokken bij wat er in ons leven, in onze omzwervingen, speelt. Het laat God niet koud, dat we verdriet hebben. Onze tranen raken God, ook die tranen die we uit liefde storten, omdat we een geliefde missen.

De dood raakt iedereen in het leven. We missen allemaal iemand, de één wat langer, de ander wat korter. Ik vergelijk rouw wel eens met een mobile. Als iemand uit de familie- of vriendenkring komt te overlijden, valt er één weg. De mobile is dan uit balans. Het kost wat tijd om het evenwicht weer te vinden, binnen jezelf en binnen het wat grotere verband. Je bent geraakt, door elkaar heen geschud en je wilt weer terug naar die balans, maar soms weet je niet meer zo goed hoe je dat moet doen. Zo uit het lood geslagen kunnen mensen zijn om een geliefde partner, kind of vriend, hoe je ook bij die ander betrokken bent geweest uit liefde. De grond onder je voeten is weggeslagen. Het gemak, de vanzelfsprekendheid om iets te doen is weg en je vraagt je af, hoe je dit nu in je eentje moet doen, want je deed het altijd samen; je staat met je telefoon in de hand, even pa, ma bellen, wat de beste manier van aanpak is… en het blijft stil. Dat kan je aanvliegen: de door jou geliefde persoon komt niet meer terug en je hebt hem, haar, hen nu zo nodig.

David, aan wie deze Psalm is toegeschreven, is een man naar Gods hart geweest, een dichter, een koning, die in zijn leven veel voor de kiezen heeft gekregen. In de vele omzwervingen van zijn leven was verdriet een passagier die soms sterk, dan weer minder prominent aanwezig was. Tranen waren voor deze man geen probleem; hij wilde zich niet stoer houden, wanneer vijanden hem zo naar het leven stonden, wanneer een liefdesbaby zo snel stierf, of een zoon die hem naar zijn troon heeft gestaan. God kent alle tranen die David heeft laten stromen. David verbeeldt dit met een kruik, waarin God alle tranen opvangt. God is in dit alles zo nabij en Hij vindt die tranen niet waardeloos, maar vol waarde. Voor David heeft dit beeld troost gegeven. Het heeft hem bemoediging geschonken, dat God zijn tranen verzamelt. Hij zorgt voor jou, wanneer je niet meer verder kunt, wanneer er hier op aarde geen bemoedigende woorden gesproken kunnen worden, wanneer er gezwegen wordt.

God houdt ook jouw tranen bij, niet als een soort boekhouder, maar als een zorgzame Ouder, die jouw tranen wil omvatten vanuit Zijn liefde. Zo dichtbij wil Hij ons kennen dat onze tranen Hem raken. Vanuit Zijn compassie houdt God het met jou uit in een soms niet te harden verdriet. Wanneer soms mensen zo harteloos kunnen zijn en soms ook onbedoeld de plank mis slaan, waar er naar jouw verdriet niet geluisterd wordt – we mogen vertrouwen dat er een adres is, waar wij met ons verdriet welkom zijn en waar er van harte naar ons verhaal wordt geluisterd. Ons verdriet wordt niet weggestopt, maar God vangt al onze tranen op. Uiteindelijk zullen we troost ervaren. Vanuit onze gebrokenheid de heelheid van Gods Koninkrijk mee maken. Amen.