Preek, gehouden 26 nov. 2 Korintiërs 1: 3 – 7

ds. Rina Mulderij

Gemeente van Jezus Christus,

Wanneer rouw je leven binnen komt, kun je zoeken naar een bron van troost. Dat je weer wat moed hebt ten leven. Hoe pak ik de draad weer op? Hoe kan ik verder, nu ik jou zo mis? Elk mens heeft weer een andere sleutel nodig die werkt. Je moet het net op het spoor komen. Wat past bij jou? Als dominee weet ik dat het soms ook een najagen kan zijn, dat je zo graag uit het donker van verdriet wilt komen, maar dat lukt dan niet zo goed. Je blijft zitten met een sleutel die je zo graag wilt omdraaien, maar het slot gaat maar niet open. Soms heb je iemand erbij nodig die helpt met een sleutel die past, die zo naar je luistert, dat die sleutel verandert, jou een opening geeft, dat je moed mag ervaren om weer op te staan.

Paulus heeft deze brief aan de Korintiërs geschreven in het midden van de eerste eeuw na Christus (55nC). Deze christenen hadden hun vragen over Paulus, die vaak ziek was en die met vervolging te maken kreeg, zelfs tot steniging aan toe, omdat hij de goede boodschap van Jezus Christus verkondigde. De Korintiërs hadden meer vertrouwen in een apostel die succesvol was, die niet leed onder het evangelisatiewerk. Met iemand die een pad van vallen en opstaan had, daar konden ze niet zo veel mee. Paulus heeft het in dit werk dat hij met de Korintiërs deelde, het volgehouden dankzij Gods troost. Paulus kent de mensen in Korinte goed. Hij weet dat zij ook niet zo veel succes ervaren in hun leven en dat zij met tegenslag, ellende en verdriet te maken krijgen. Vandaar dat zij zich zo aangetrokken voelen tot die kant, waar het zo licht en voorspoedig lijkt. We zeggen wel eens dat het gras bij de buren groener is, maar als je verder kijkt, zie je dat dat niet het geval is.

Paulus spreekt uit eigen ervaring, dat in alle verdrukking en lijden, dat God hem troost. Die troost wil hij delen, want ook de Korintiërs delen in het lijden. Paulus wijst hen op de kant van moed die God geeft, zodat zij het kunnen volhouden in wat zij ondergaan. Vanuit zijn eigen pijn weet Paulus de vertaalslag richting deze christenen te maken, zodat zij mogen beseffen: “ik sta hier niet alleen.” Iets vergelijkbaars geldt ook voor ons. We voelen het wanneer iemand ons nabij komt in verdriet. Dat die persoon zelf pijn heeft meegemaakt, dat deze oprecht is in het medeleven. Pijn waar hij of zij door heen is gegaan en er uit is gekomen, met wat moed meer, waar deze mocht ervaren dat Gods troost hem geleid heeft als een licht in het donker. Zo’n iemand is een stuk geloofwaardiger, wanneer deze jou begeleidt. Je voelt: ik word gekend, ik word gezien.

Die ervaring kan je helpen, waar jij nu in rouw bent beland. Als mensen staan we op verschillende plekken. Voor de één is het langer geleden, voor de ander kan het nog steeds zo schrijnend pijnlijk zijn. In die rouw herkennen we elkaar. En ook de andere kant willen we ontdekken, dat er troost mogelijk is, dat God ons moed schenkt. Soms ook via de lieve mensen om je heen, die blijven komen, die naar jouw verhaal luisteren, ook al heb je het zo vaak vertelt, die zwijgend een kop koffie met je drinken en waar zij dat duwtje in de rug geven of die jou vragen: ‘zal ik dan met jou mee gaan?’, als je er zo tegen op ziet. Zij weten immers hoe het is, als er niemand meer komt, waar niemand meer vraagt naar die persoon die jij zo mist.

Vandaag wil ik je ook vragen om als dat voor jou mogelijk is, om wat moed, wat troost in jouw bestaan te ervaren, die God ons als bron schenkt. Troost werkt niet als iets magisch, maar het is het wonder van het bestaan zien, dat je de kracht ontvangt om door te gaan, ook al heb je verdriet, ook al lijd je aan het gemis van die geliefde, die je zo mist. Dat je mag zien, dat er dagen zullen komen, dat je mag ervaren dat er weer vreugde is, dat je met plezier met je kinderen, je kleinkinderen of wie dan ook op pad bent gegaan en dat je hebt kunnen delen dat die overleden geliefde dit vandaag ook zo mooi had gevonden. Dan komen er dagen niet met een zwart randje, maar dat zijn dagen met een hemels randje. Daar kom je Gods hemel even op het spoor. Amen.