Preek, gehouden 4 februari 2024, Psalm 124 en Openbaring 21: 1

Ds. Rina Mulderij

Gemeente van Jezus Christus,

Het is vandaag zondag van het werelddiaconaat. Het Aziatische land Bangladesh staat vandaag centraal en na de gebeden zullen we over dit land een video bekijken [https://www.youtube.com/watch?v=0YTe9lZTejc&t=45s]. Bangladesh kampt met de gevolgen van klimaatveranderingen. Dit zorgt onder andere voor wateroverlast; er zijn meer cyclonen; het regent er harder en onregelmatiger. Regen valt niet op het juiste moment, zodat de gewassen op het land verdorren of het valt met bakken uit de hemel, zodat de gewassen onder water komen te staan. In het televisieprogramma ‘Reizen Waes’ heeft de Vlaamse presentator Tom Waes dit land bezocht [https://www.dailymotion.com/video/x5ha2wr]. Hij kwam ook bij een man in een hutje aan de kuststrook. In dit hutje woonde de man en hij had er een winkeltje. Het was heel absurd om te zien dat achter dit hutje het stuk land ophield. De zee slokte het land steeds meer en meer op. Het was wachten op, wanneer het hutje onherroepelijk in de zee zou verdwijnen. Tom Waes wenste de man veel sterkte toe. Hij verliet deze man met een wrang gevoel. Hij wist dat dit hutje er niet lang meer zou staan en als de zee het hutje ’s nachts zou overstromen, dan zou deze man in zijn slaap overvallen worden…

Ook in Nederland hebben wij zo’n vijftig jaar geleden met een watersnoodramp te maken gehad. Nederland telde over de 1800 (1836 mensen overleden tijdens deze ramp) slachtoffers die door het snel wassende water overvallen waren – dieren niet meegerekend. Na deze ramp werden er plannen gemaakt, zodat we in Nederland ons beter tegen het water konden verweren. Dit resulteerde in de Deltawerken in Zeeland. Zo iets komt in het arme en dichtbevolkte Bangladesh moeilijk van de grond. Er worden waterwerken gebouwd [https://nos.nl/artikel/2473181-klimaatverandering-maakt-watermanagement-in-bangladesh-steeds-moeilijker] en mensen bouwen hun huizen op palen, maar wat als de bomen die achter blijven, niet goed meer het water in de grond kunnen vasthouden, dan stijgt het water nog meer en moeten de bomen nog langer worden.

In het oude Israël was het gevaar van plotseling opkomend water ook bekend. Je hebt er namelijk wadi’s. Een wadi is een rivierdal in een droog gebied dat het grootste deel van het jaar droog staat. Alleen in natte perioden en met regenbuien stroomt er veel water door een wadi. Dit kan vrij onverwacht gebeuren en dan is er sprake van een stortvloed. Woestijnreizigers gebruiken wadi’s vaak als route, maar dan kunnen zij het gevaar lopen, dat zij plotseling worden verrast na een regenval door een massa toestromend water. Zo kunnen mensen in de woestijn verdrinken. Die ervaring heeft de dichter verwoord in deze Psalm, dat het water je plotseling mee sleurt, dat je overstroomd dreigt te worden. Dan is er nood aan de man. Op eigen kracht red je het dan niet. Net als de vogel die niet zelf uit het net van de vogelvangers kan ontsnappen; je hebt dan hulp nodig. Van waar komt mijn hulp? Onze hulp is in de naam van de Heer die hemel en aarde heeft gemaakt.

Psalm 124 spreekt van een collectieve redding. De Heer is er voor ons, voor onze gemeenschap van Israël, geweest – de dichter roept het volk op om dit niet te vergeten. In donkere tijdingen van vijandschap, die zich ook in de chaosmachten van het water van de vloed laat uittekenen, is God Israël nabij geweest. Hij heeft hun noodroep gehoord. God is een God die naar de nood van kwetsbare mensen hoort. Hij helpt mensen die het niet meer weten, waar vandaan zij bevrijding mogen ervaren. Ik kan me ook voorstellen dat in deze tijd van strijd tussen Israël en Hamas, dat deze Psalm ook wat wrang kan binnen komen, want waarom helpt God niet? Waarom komt God die kwetsbare mensen niet te hulp? Daar mogen we vanochtend niet aan voorbij gaan. Of dat God alleen voor Israël nu op komt – dan is dat voor die duizenden slachtoffers in Gaza bitter, alsof zij niet mee tellen. God weent bij elk kind, bij elke vrouw en man, die getroffen is, ontvoerd van hun families. God lijdt mee. Het snijdt door Zijn vaderhart, dat mensen niet in vrede met elkaar leven en dat zij naar de wapens van geweld grijpen om land, dat niet eens hun eigendom is, maar die zij in bruikleen hebben van de Schepper van hemel en aarde. Dit kan ik niet ongenoemd laten.

Ik hoop dat er wijze mannen en vrouwen aan beide kanten opstaan, die aan vrede willen werken, die gebouwd is op wederzijds vertrouwen, onderlinge communicatie.

Ook in ons bestaan kan ons het gevoel overvallen dat we overspoeld raken door wat er gebeurt. Bij God mogen we onze hulp vinden. Hij weet de machten van de chaos, het krachtige water te keren. Waar het leven ons lijkt mee te sleuren, waar we uit onze kracht worden geslagen, waar we als gemeenschap moedeloos worden, mogen we die ervaringen gedenken, dat God ons niet heeft los gelaten. Wanneer de dreiging te groot is, mogen we zingend, biddend tot de Heer gaan en die herinnering van vroegere redding voor ogen houden. Ook nu mogen we ervaren dat God tot ons komt en ons helpt, wanneer we geen uitweg meer zien. We roepen onze nood tot God en Hij neigt zich naar wie kwetsbaar is, geslachtofferd worden aan het recht van de sterkste, waar deze aarde zo vast in kan zitten. God kiest voor wie onderop is gekomen, wie gevallen is, wie verzwakt is geraakt en Hij redt. Mogen wij ons vertrouwen stellen op die Heer, die hemel en aarde heeft gemaakt. Die is ook bij machte om de machten van de chaos te doen verdwijnen, zoals we bij de nieuwe hemel en de nieuwe aarde mogen zien, dat de zee er niet meer is. Dat moge ons hoop geven, dat die chaos, dat het kwaad, dat we nu nog ervaren, dat dat ooit voorbij zal zijn. Dat wensen wij onze medegelovigen, onze medeaardbewoners toe, dat ook zij Gods hulp mogen zien dagen. Amen.