Preek, gehouden op 25 december 2023, Johannes 1,1-14

Ds. Rina Mulderij

Gemeente van Jezus Christus,

Johannes begint in zijn evangelie over Jezus niet met een stal in Betlehem. Ook horen we niet over een ster die wijzen uit het oosten hebben gezien. Het begint eerder groots als een soort kosmisch kerstverhaal: een verhaal dat in het grote universum plaats vindt. Deze geschiedenis lijkt ver van ons af te staan. Het gevoel kan je dan bekruipen dat je maar een nietig stofje bent – wie ben ik dat er naar mij wordt omgezien? Ben ik wel in tel? Doe ik er toe? Vragen die ook bij ons op kunnen komen, wanneer we naar het huidige wereldtoneel kijken. Grote mannen, terreurgroepen, oorlogen lijken die te domineren, terwijl gewone mensen het onderspit delven in honger, armoede, raken ze gewond of waar ze zelfs de dood vinden; het is aan de orde van de dag. Ergens voelt het niet goed dat we vandaag het feest van Kerst vieren. We weten dat het voor hele volksstammen mensen nog steeds geen vrede op aarde is. Waar ze in de machines van geweld worden verdrukt. Waar de dreiging van alle kanten op je af komt. Waar je kind niet veilig de nacht kan doorbrengen, omdat er geen plek is in die stal van het rijke westen. Waar je de thermostaat niet aan durft te zetten, omdat je elk dubbeltje moet omkeren. Waar je met een eenzame ziel naar bed gaat, omdat er vandaag niemand is om mee te vieren…

Het donker lijkt het licht op aarde te overheersen. Het liefst drukt het het licht helemaal weg, want dan is het helemaal donker en kunnen we geen stap meer zetten. Dan dwalen we rond en weten we niet meer waar wij onze voeten moeten plaatsen. Het donker ontneemt ons het zicht op leven en het wil ons doen weg vluchten in wat geen leven is. Waar we niet het goede delen, zodat wij voor elkaar en voor onze naasten het wat lichter maken. Het donker wil niet dat wij bruggen naar elkaars eilandjes maken, waar wij elkaar leren kennen. De duisternis zoekt naar wegen om de onderlinge verbondenheid door te snijden. ‘Verdeel en heers’ is het motto en uiteindelijk is er niemand meer om mee te delen. Die ander is geen mens meer en dan kun je doen en laten wat je wilt, maar als je de ander ontmenselijkt, verlies je uiteindelijk jouw eigen medemenselijkheid.

In het zoeken naar onderlinge verbinding, naar wat hebben we gemeenschappelijk, is de neiging om nostalgisch naar het verleden terug te kijken. Toen was het beter – maar lang niet op alle vlakken, zul je dat beamen: je zult maar een arts hebben die als oplossing voor alles een bloedzuiger gebruikt of als je een familielid in het buitenland had, dan moest je lang wachten op een brief of je belde niet te lang, omdat het bellen een fortuin kostte en nu kun je elkaar zien via beeldbellen. Vanuit geloof in Jezus Christus ligt die verbinding met elkaar in de toekomst, waar wij naar toe willen leven in Gods Koninkrijk. Waar het licht is, waar we waarlijk willen leven vanuit liefde voor elkaar.

In ons hier en nu kunnen we al die plekken van vrede waar maken. Vandaag kunnen we al beginnen met het delen in Gods licht. Daar kunnen we in groeien, dat we meer en meer mee maken dat we Gods kinderen zijn, geroepen tot een leven in Zijn Licht. Als we dat licht doen toenemen, wordt dat duister minder. Dat effect van groei kunnen we een handje helpen door je te richten op het goede. In een dikke twee maand kun jij je een nieuwe gewoonte met kleine stapjes eigen maken en dan kun je iets negatiefs doorbreken of dat je iets positiefs onder de knie krijgt, zoals dat God van jou houdt ondanks alles wat je nog mist, wat je nog niet goed af gaat, dat je er mag zijn zoals je bent. Achter die groei, die je mag ervaren zit God, die jou daartoe de kracht geeft: Hij gunt dat jou vanuit Zijn liefde.

Dat is het geheim, waar wij met Kerst ook naar toe mogen gaan, dat God met ons het licht wil delen en dat dat licht dan niet minder wordt, maar dat dat Licht in de duisternis straalt, opdat het duister niet meer duister is. Dat vraagt van ons dat wij zien dat we allen kind van God zijn. Dat we in onszelf die duisternis doen overwinnen, die ons uit elkaar haalt. Jezus roept ons als het Licht voor de wereld op om die scheidslijnen te doorbreken en de ander als mens te zien. Ook al behoort die tot een ander geloof, een ander volk of heeft iemand een andere leefstijl, want in onze individualistische wereld vinden we het soms een hele stap om dat voor elkaar te krijgen, wanneer we ons niet zo goed in de ander kunnen herkennen of verplaatsen. Dat vraagt van ons om geduld te hebben, om goed te luisteren naar de pijn, het verdriet van de ander en wat geeft hem, haar, hen plezier. Daar mogen we ons ook in oefenen om dat goede van Jezus ons eigen te maken, die ons meer dan eigen is geworden. Jezus is God, de Zoon, maar Hij daalde af naar ons toe en Hij werd aan ons gelijk. Jezus heeft ons menselijk leven op aarde gedeeld in alle moeite, in alle verdriet en pijn tot aan het kruis plus onze vreugde, want dat hoort ook bij ons mens-zijn. Jezus is niet weggelopen voor die ellende. In alles wat Hij heeft gedaan, heeft Hij de liefde belichaamd. Hij is Liefde, waar hij ook is gegaan, waar hij mensen heeft genezen en hen op de weg ten Leven heeft gezet. Die menswording vieren we vandaag. In de grootsheid van het Woord-die-mens-is-geworden worden wij niet vergeten, maar wij worden aan het licht getild, want Gods genade is zo groot, dat God Zijn eniggeboren Zoon ons heeft gegeven. In die redding hoeven wij nooit meer in het donker vast te zitten of verstrikt te raken. Dat willen wij vandaag vieren: het Licht overwint, elke dag weer, ook voor jou, amen.