Terugblik

Ze hadden het niet al te breed, geen wit gesteven boorden,
ze waren vissers, alle twaalf, een volk van weinig woorden.
Ze hadden nog geen beeldbuis, geen flats, geen bungalowtjes;
ze stoeiden aan het blauwe meer met wank’le houten bootjes.
Geen DC8, geen maanraket, geen auto en geen koets;
ze liepen op het witte strand en meestal barrevoets.
Zo leefden zij, ze hadden niets, geen bad, geen telefoon, geen fiets;
maar in hun midden zat een man, daar hielden al die vissers van.
Hij zocht het niet in telefonen, computers of elektronen;
hij zocht het zonder valse schijn in aardig voor elkaar te zijn.
Hij had het over “ander leven” over vergeten en vergeven,
over elkaar de hand toesteken en over samen brood te breken.
Hij zei gewoon: Gij zult niet doden en daarmee hield hij ‘t voor gezien.
Hij had geen boeken vol geboden; hij had er in totaal slechts tien.
Maar toen de rijken en geleerden hem hoorden, toen begon ’t venijn:
het was bedrog wat hij beweerde, het leven mocht niet simpel zijn.
Ze hebben hem toen vastgegrepen, ze hebben hem de mond gesnoerd;
het zware kruishout laten slepen en hem naar Golgotha gevoerd.
En het is nooit meer goed gekomen, want sinds men hem heeft opgepakt,
heeft men de liefde ons ontnomen waarover hij zo vurig sprak.
Maar altijd blijft het heimwee hangen naar die eenvoudige Mensenzoon;
altijd speur je nog het verlangen naar hem, die zelfs na al ’t gehoon
vanuit zijn laatste kracht nog fluistert: Heer vergeef hun wat ze doen..
Altijd nog is er dat heimwee naar die ene man van toen.

Toon Hermans



Nooit mogen wij vergeten
wat hoogmoed heeft misdaan,
een nieuw geslacht moet weten
hoe bang zijn heengegaan
de mannen en de vrouwen,
één lange lijdenstrein –
de oogst van blind vertrouwen
is hooguit bloed en pijn.

Nooit mogen wij vergeten
dat oorlog oorlog zaait,
dat elke oude vete
weer nieuwe wreedheid maait;
slechts liefde doet ontspruiten
vruchten die zuiver zijn:
vreugde zo zoet als druiven,
vrede die vloeit als wijn.

Nooit mogen wij vergeten:
haat won nog nooit een strijd –
elk hart dat wil vergeven,
dat overwint altijd!
Het leed is nooit verleden,
de doodstrein nooit voorbij,
tenzij Gods vrede heden
bloeit als een bloem in mei.

André F. Troost 
melodie: psalm 130